Een persoon loopt langs een zonnepanelenveld

Energieprijzen vs energietransitie

Inhoudsopgave

De afgelopen jaren kenmerkten zich door een zeer onrustige energiemarkt, met eerst extreem lage tarieven tijdens de corona-periode en vervolgens recordprijzen door de geopolitieke situatie.  In 2022 hebben we historische stroomprijzen meegemaakt. Door onzekerheid over de gasleveringen piekte de stroomprijs op 26 augustus zelfs naar een bedrag van €693,- per MWh. Gelukkig zien we sindsdien een daling in de markt. De stroomprijs is inmiddels gedaald tot het niveau van twee jaar geleden, vooral door de zeer milde winter. 

Deze onrust op de energiemarkt leidde bij veel consumenten en bedrijven tot problemen. Er ontstond energiearmoede onder consumenten, terwijl opwekkers van (groene) stroom profiteerden van de hoge stroomprijzen. Maar de koopprijzen voor opwek bleef alsnog achter op de consumententarieven, wat begrijpelijk tot vragen leidde. Graag leggen we dit uit.

Sinds eind 2022 hanteren we voor de kleinere projecten een marktvolgend tarief, gebaseerd op het EPEX uurtarief. Zo wordt er een marktconforme, en daarmee eerlijke prijs betaald voor stroom. Inzicht in hoe deze prijs tot stand komt is belangrijk om de waarde van de opgewekte stroom in te kunnen schatten.

Merit order

De basis van onze energiemarkt is de “dagvooruitmarkt”, oftewel de EPEX-beurs. Elke dag wordt voor de volgende dag per uur bepaald wat de som van alle opwek en verbruik gaat zijn. Via Merit order-systematiek bepalen inkopers op de markt welke stroombronnen kunnen gaan leveren en tegen welke prijs. 

In een Merit order-systeem worden de beschikbare elektriciteitsbronnen gerangschikt op basis van hun productiekosten. De bronnen met de laagste kosten worden als eerste ingezet en de bronnen met hogere kosten worden toegevoegd naarmate de vraag toeneemt. De duurste bron die ingezet moet worden om in de stroomvraag te voldoen, bepaalt de prijs voor dat desbetreffende uur. Dit zijn de marginale kosten. 

In Nederland beginnen we eerst met wind- en zonnestroom en zetten we als laatst de kolen- en gascentrales aan. Door de toename in groene stroom zien we dat de duurdere opwekbronnen steeds vaker uit kunnen blijven, wat de inkoopprijs lager houdt. Het voordeel van de energietransitie toont zich hier.

Onbalanskosten

Wanneer duurzame stroombronnen een groter deel van de stroommix op de markt uitmaken, drukt dit de inkoopprijs van alle stroom. Ook is de vraag naar stroom midden op de dag lager. Daarom kan de stroomprijs op een zonnige en/of winderige dag zelfs negatief zijn. Als de prijzen negatief zijn, kost het geld om stroom te leveren. Daarom worden windmolens en zonneparken op zulke momenten uitgeschakeld. 

Na werktijd gaat de vraag naar energie omhoog, waardoor vaak de gascentrales weer ingeschakeld worden. De zon schijnt in de avond natuurlijk minder of helemaal niet, waardoor we de vraag niet kunnen opvangen met de opwek van zonnestroom. Het gevolg hiervan is een hogere stroomprijs. 

Prijzen kunnen door de dag heen dus enorm wisselen, afhankelijk van vraag en aanbod. Als de opwek van duurzame stroom perfect te plannen zou zijn en de weerberichten 100% betrouwbaar, dan is deze situatie beheersbaar. Maar helaas is de werkelijkheid anders. De verschillen die door het onvoorspelbare weer optreden, noemen we onbalans. De stroom die te veel of te weinig wordt opgewekt, moet tegen zeer hoge tarieven binnen de dag afgerekend worden, nagenoeg altijd voor risico van de energieleverancier. Om deze onbalanskosten te verlagen, zetten we steeds vaker batterijen in bij grote opwekprojecten. 

Uitvergrotend effect

Om de prijsrisico’s van de uurmarkt niet allemaal bij de consument neer te leggen, kopen energieleveranciers voor een langere periode in. Bij het bepalen van de prijs worden een aantal risico’s meegenomen. Dit zijn onder ander de onbalansrisico’s, maar ook het risico dat een klant ineens veel meer of veel minder gaat verbruiken.

Er bestaat dus een verschil tussen de prijs voor opgewekte stroom en de consumententarieven omdat opgewekte stroom vooral afgerekend wordt op basis van de EPEX-prijzen, maar consumentenprijzen bepaald worden door inkoop over een langere periode. De extreme markt van de afgelopen twee jaar heeft dit verschil alleen maar uitvergroot.

Zelflevering?

Veel coöperaties denken na over zelflevering vanwege de hoge consumententarieven, maar de lage prijzen voor duurzame stroom. Zelflevering is het idee dat opwekprojecten in de buurt hun leden direct stroom leveren tegen een onderling overeengekomen óf dynamische prijs. Zo hoeft de stroom niet verhandeld te worden op de landelijke energiemarkt. Dit is heel interessant in theorie, maar de uitvoering is wat uitdagend.

Het probleem dat nu zorgt voor de onbalans op de uurmarkt, zou namelijk alsnog spelen in een zelfleveringssysteem. Opwek en verbruik zijn niet altijd gelijktijdig. Als het aanbod van zonne- of windstroom hoog is, is de prijs vaak gunstig voor de afnemer van de stroom, maar mogelijk te laag voor de producent. Wanneer er te weinig duurzame stroomproductie is voor de vraag, moet die stroom alsnog, op het laatste en duurste moment, ingekocht worden op de EPEX-markt. In de toekomst is dit misschien op te lossen met batterijen of andere energiedragers.

De huidige energiecrisis is vooral een gevolg van een tekort aan gas en niet van een falen van het prijsbepalingsmechanisme. Daarom is het ook niet waarschijnlijk dat er snel subsidies gaan komen om een alternatief marktmodel te stimuleren. Consumenten zijn daarnaast maar beperkt bereid om een hogere prijs te betalen voor hun stroom als ze ook prijspieken kunnen voorkomen met een vast contract.

Gedragstransitie

Voordat we volledig kunnen stoppen met fossiele energie, zullen er nog wat uitdagingen op ons pad komen. Lokale stroomopwek levert een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. Samen moeten we ervoor zorgen dat we de lusten en de lasten goed verdelen.

Team Energie Lokaal is betrokken bij verschillende projecten over verschillende innovatieve ideeën. Want wat de huidige energiecrisis pijnlijk duidelijk heeft gemaakt, is dat we met zijn allen nog te afhankelijk zijn van (buitenlands) aardgas voor onze stroom.

Nog steeds kijkt een groot deel van Nederland naar de energietransitie in termen van “terugverdientijd”. We lijken allemaal zolang het kan nog een graantje mee te willen pikken. Om de energietransitie echt door te kunnen zetten, hebben we vooral een gedragstransitie nodig.